|
|
Tussen markt en maatschappijEbbe Rost van Tonningen
Het motto van mijn verhaal is 'Tussen markt en maatschappij' of - nauwkeuriger omschreven - 'Tussen economie en natuur'. De recente discussie over de Waddenzee vormt hiervoor een illustratie. Volgens verschillende milieuorganisaties is het niet verantwoord om dit natuurgebied bloot te stellen aan gasboringen. Dergelijke afwegingen zijn in het gebruik van de Nederlandse ruimte exemplarisch voor het natuurbeleid, waarin de rijksoverheid als hoeder van niet-economische belangen een leidende rol dient te spelen in onze samenleving. In veel gevallen blijft het beleid echter steken in het maken van plannen, zonder dat aan de uitvoering daarvan krachtig sturing wordt gegeven. Dat is de rode draad van dit verhaal, dat verder als volgt is opgebouwd:
De inleidingHet Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, kortweg het IBN, is per 1 januari 2000 gefuseerd met het Staring Centrum en opgegaan in een nieuwe organisatie, Alterra genaamd. Het IBN wordt gezien als het belangrijkste kenniscentrum van Nederland op het gebied van natuuronderzoek. Het IBN maakt deel uit van elf onderzoeksinstituten - inmiddels gefuseerd tot acht - die binnen het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij werden verzelfstandigd en die nu samen met de Landbouwuniversiteit Wageningen een nieuwe organisatie vormen: het Wageningen Universiteits- en Researchcentrum, dat onder leiding staat van een raad van bestuur. Enkele kerngegevens van het IBN:
De hoofdrolspelers in dit verhaalDe hoofdrolspelers in het natuurbeleid zijn:
Dit is een zeer complex speelveld van deelnemers, waardoor centrale sturing van het natuurbeleid een ingewikkeld vraagstuk is. Als
illustratie van het natuurbeleid wordt gebruikgemaakt van de casus van
de Waddenzee. Interne actorenDe
raad van bestuur hanteerde een strak tijdschema, op basis waarvan er binnen
twee jaar eerst een reorganisatie moest worden doorgevoerd en daarna een
fusie met het Staring Centrum moest plaatsvinden. Verder diende het verlies
te worden omgezet in een winst. Daarna zou er nog een fusie of verregaande
samenwerking met een deel van de Landbouwuniversiteit Wageningen moeten
worden gerealiseerd. De onderlinge verhoudingen kunnen als volgt worden getypeerd. De raad van bestuur wilde snel en doortastend strategische veranderingen doorvoeren. De medewerkers, die verregaand gespecialiseerd waren en gewend aan een ambtelijke organisatie, maakten een afwachtende indruk. Daartussen zat de interimmanager. De belangrijkste klant - het ministerie van LNV - speelde tot de verzelfstandiging van het IBN per 1 juni 2000 meerdere rollen. Deze werkgever van het IBN was tevens opdrachtgever voor ongeveer 80% van het budget van het IBN en regisseur van het natuurbeleid. Andere klanten en actoren in het natuurbeleid worden hierna genoemd. Externe actorenNatuurbeleid
is vooral een publieke taak. Het IBN had als kennisinstituut in het natuurbeleid
niet alleen te maken met het ministerie van LNV, maar ook met tal van
andere actoren, zoals de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat,
en ook met lagere overheden als provincies en gemeenten.
Aanpak interimmanagementWat was nu de aanpak van het interimmanagement, die leidde tot my finest hour? Het interimmanagement heeft de twee werelden van het IBN met behulp van een projectgroef bij elkaar gebracht in een debat op 17 juni 1999. De regie was erop gericht om nieuwe bewegingen te creëren binnen de (al te) voorspelbare onderlinge interactiepatronen. Deze twee werelden, die wat introvert en naar binnen gekeerd zijn, werden bij elkaar gehaald in een maatschappelijk debat een ronde tafel. In dat debat kon niemand van tevoren ingestudeerde speeches uitspreken. Iedereen moest zijn eigen kennis mening in een open debat naar voren brengen. Het debat leek wel op een verhaal uit de I Ching: twee meren die geïsoleerd van elkaar allebei zouden droogvallen, kunnen elkaar voeden als ze met elkaar worden verbonden - als het ene meer droogvalt, dan wordt het gevoed door het andere, en andersom. 'My finest hour'De doelstellingen van het debat op 17 juni waren in een projectgroep van het IBN bepaald. De medewerkers van het IBN moesten zich zelfbewust presenteren. De specialisten van het IBN moesten anders gevoed worden: geef hem vis en hij zal eten, leer hem vissen en hij verzorgt zijn eigen eten, leer hem leren en hij hoeft niet altijd vis te eten. De raad van bestuur moest nu actief participeren in de inhoud van het werk van het IBN, na een vooral regisserende rol te hebben gespeeld ten aanzien van de reorganisatieplannen. De klanten moesten ervaren hoe de nieuwe positionering van het IBN eruit zou zien. Het ministerie van LNV moest uit zijn ivoren toren worden gehaald om de uitvoering van het beleid bespreekbaar te maken. Het bedrijfsleven, onder andere de NAM, mocht zich niet langer verschuilen in het maatschappelijk debat over de instandhouding van 'de groene ruimte'. Men moest bijvoorbeeld zelf aangeven wat men vond van het eerdergenoemde dilemma 'tussen economie en natuur' in de Wadden. En de milieuorganisaties moesten de motor zijn in het stellen van kritische vragen, opdat het debat echt zou gaan leven. Dit alles moest plaatsvinden in een ochtend met aansluitend een lunch. Het IBN had het debat als volgt voorbereid. Eerst werd Paul Witteman als discussieleider geïnteresseerd, en vervolgens werden met spoed de minister of staatssecretaris, de voorzitter van de raad van bestuur van de Wageningse Universiteit en de directie Natuurbeleid van LNV uitgenodigd. Zij zegden allemaal toe te zullen komen. Daarna werd er een prominent spelersveld van deelnemers aan het debat gemobiliseerd. Dat
prominente deelnemersveld was present. De genodigde actoren waren ook
allemaal aanwezig, behalve de NAM. Het
debat werd gehouden in enkele ronden. De eerste ronde ging over de stelling:
Het natuurbeleid voldoet niet. De laatste ronde ging over: De
onafhankelijkheid van het onderzoeksinstituut. En er was... muziek. Muziek en natuur horen bij elkaar, vonden de organisatoren van het IBN. Er was een optreden van een fantastische cabaretgroep, Dolche Expressivo. Hieronder volgt de tekst van een lied van deze cabaretgroep: Hij
laat de ene luchtballon op na de ander De effectenDe interimmanager voelde zich als de gastheer van een dis waar oesters werden gegeten waarin hij hoopte parels te vinden. De
commentaren van de deelnemers na afloop van het debat waren zeer lovend.
Het RIVM liet na de bijeenkomst weten dat het een perfecte show voor het
IBN had opgeleverd. De
interne beweging van het IBN was daarmee op gang gekomen in de richting
van een maatschappelijk geëngageerd onderzoeksbureau, dat stond voor
zijn eigen onafhankelijkheid. Je kunt een paard naar de voederbak brengen,
maar eten moet het dier zelf doen - en dat was hier gelukt. Interessant
was nu juist dat de casus van de Wadden daarin een prominente plaats innam.
Het IBN had in opdracht van de NAM deelgenomen aan het bodemdalingsonderzoek,
om na te gaan wat de effecten zouden zijn van gaswinning onder de Waddenzee.
Daarbij stond de stelling `Wie betaalt, die bepaalt' centraal in de discussie
over de onafhankelijkheid. De maatschappelijke betekenis van dit debat
werd een paar maanden later onderstreept toen het kabinet een besluit
nam over de vraag of er al dan niet gas zou worden gewonnen in de Waddenzee.
Het feit dat de NAM zelf niet aanwezig was, was misschien indicatief voor
het later door de NAM verloren maatschappelijke debat over het gebruik
van de Waddenzee. Het draagvlak en de steun voor de rol van het interimmanagement als architect van het debat op 17 juni werden aanzienlijk versterkt. Dit was onderdeel van mijn finest hour. De minitheorie: de basiscondities voor een succesvolle implementatie van beleidDeze casus heeft duidelijk gemaakt dat er enkele voorwaarden doorslaggevend zijn voor de ontwikkeling van een succesvol implementatieproces, te weten: 1
Herformulering van het beleid gericht op implementatie 2
Steun en consensus 3
Leiding en coördinatie 4
Communicatie in alle fasen Daarmee zijn vier essentiële voorwaarden genoemd waaraan een succesvol implementatietraject moet voldoen. Maar daarmee zijn nog niet alle voorwaarden genoemd. Zo zal het beschikbaar stellen van financiële middelen ook een belangrijke voorwaarde zijn.
ConclusieTussen markt en maatschappij. De interimmanager beleeft zijn finest hour als hij beweging in een proces kan brengen, mensen mobiel maakt, uit hun stoel laat komen. Hij heeft ertoe bijgedragen dat het IBN een actievere actor werd en ook andere actoren daarin werden gestimuleerd. Hij heeft er ook toe bijgedragen dat het inzicht werd blootgelegd dat het natuurbeleid in de uitvoering dreigt te verzanden als er niet aan een aantal voorwaarden is voldaan. Hopelijk kan er in het doorvoeren van implementatie 'meer worden verwacht van Ernst & Young'. Daarbij blijft de afhankelijkheid van de wil van de opdrachtgever natuurlijk wel bestaan.
|
|
|